Logo Universiteit Utrecht

Early Years blog

Early Years blog

Blog

door
Mehrnaz Tajik

Hoe je muziek en bewegen inzet voor zelfvertrouwen en samengevoel

♪ Iedereen mag er zijn zijn zijn

 

Door Mehrnaz Tajik

 

Iedereen heeft wel eens gezien wat kinderen doen als ze muziek horen. Meteen gaan ze bewegen en dansen op hun zelfverzonnen dansbewegingen. Keer op keer blijkt uit onderzoek dat muziek en dans een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van kinderen[i]. Niet alleen voor hun muzikale- en cognitieve ontwikkeling, maar ook voor het creëren van een samengevoel en het versterken van het zelfvertrouwen van de kinderen.

Russisch liedje

Bij peutercentrum ’t Leeuwtje plannen ze per thema muziek- en bewegingsactiviteiten in. Liedjes die bij het thema passen zetten ze op een cd. Toen er een Russische peuter in de groep kwam, hadden de pedagogisch medewerkers er bewust voor gekozen om een Russisch liedje op de thema-cd te zetten. De Russische peuter sprak nog weinig Nederlands en kon gefrustreerd reageren omdat niemand hem verstond. Maar op het moment dat het Russische liedje kwam, begon hij te stralen en te dansen. De kinderen van de groep gingen zijn dansbewegingen nadoen. Dit had een groot effect op het zelfvertrouwen van de Russische peuter en ook op het groepsgevoel. Nadien was hij meer betrokken bij de groep.

“De kinderen stralen helemaal wanneer hun liedje wordt gedraaid. Je ziet hen groeien in zelfvertrouwen en het roept een samengevoel op”

Alle talen

Op de zelfgemaakte cd staan ook liedjes uit andere landen, zoals Chinese, Turkse, Duitse, Engelse, Arabische muziek. Alle talen van de kinderen in de groep komen een keer aan bod. Op die manier herkennen de kinderen allemaal een keer het liedje van thuis, in de taal van hun ouders. “Het is zo mooi om te zien wat dit met kinderen doet. Ze staan dan helemaal te stralen wanneer hun liedje wordt gedraaid. Je ziet hen groeien in zelfvertrouwen en het roept een samengevoel op”, vertelt de pedagogisch medewerker.

Leren door bewegen op muziek

samen dansen

“Zowel muziek als bewegen leveren een unieke bijdrage aan de ontwikkeling van het brein. Veel bewegen draagt bij aan de ontwikkeling van het brein” aldus professor Erik Scherder, neuropsycholoog aan de Vrije universiteit Amsterdam[ii]. ‘Pas recentelijk hebben we ontdekt dat lichaamsbeweging en cognitieve inspanningen bijdragen aan de ontwikkeling van dezelfde hersengebieden. Ruimte en tijd maken voor muziek en bewegen gaat dus niet ten koste van de rest, maar draagt er juist enorm aan bij.’ Zo blijkt bewegen ook het leren makkelijker te maken[iii]. Bijvoorbeeld wanneer nieuwe woorden in een dans- of bewegingsspel worden aangeboden, dan onthouden kinderen dit beter[iv][v][vi]. Bijvoorbeeld, ‘kunnen je schouders ook dansen? En je ellenbogen, kunnen die dansen? Kun je dwarrelen als een blaadje? Dan schudden je armen en benen.’ Zo worden nieuwe woorden verweven in het bewegen.

Daarbij komen in muziek ook andere aspecten aanbod zoals emoties uiten (sociaal-emotionele ontwikkeling) en ritme (ook van belang voor taalontwikkeling). En door te bewegen ontdekken jonge kinderen zichzelf en hun wereld[vii].

Gepland, spontaan of tijdens rituelen

muziek maken en bewegen kan als geplande activiteit, tijdens routines of op ‘verloren’ momenten

Regelmatig wordt van kinderen verwacht dat ze langere tijd (onnodig) stil zitten, bijvoorbeeld in de kring. Terwijl je bewegingsactiviteiten makkelijk kunt toevoegen aan de planning of juist spontaan kunt uitvoeren. Ook kun je vaste activiteiten en rituelen actief te maken[viii]. Bijvoorbeeld door de overgang van spelen naar de tafel een beweegopdracht te geven: ‘We lopen als langzame olifanten naar de tafel.’

Muziekhoek

De muziekhoek

Bij ’t Leeuwtje is de muziekhoek naast de bouwhoek, huishoek en ontdekhoek, een vaste hoek in de ruimte. Er staat een cd-speler met koptelefoon, muziekinstrumenten en voorwerpen die bij de liedjes passen. Kinderen kunnen op die manier zelf kiezen voor de muziekhoek.

Gek doen mag

De pedagogisch medewerkers zetten ook de muziek aan tijdens “verloren” momenten, bijvoorbeeld terwijl de kinderen wachten op de ouders of naar buiten te gaan. Dan dansen de pedagogisch medewerkers actief mee met de kinderen. Kinderen mogen imiteren, zelf hun dans verzinnen of gewoon kijken. Doordat de pedagogisch medewerkers zelf meedoen, kunnen ze laten zien dat ‘gek doen’ mag. Er is geen goed of fout bij dansen. Soms stellen de pedagogisch medewerkers vragen ‘Wat hoor je? Hoe klinkt dat?’, waarna de kinderen bewegingen gaan maken die passen bij de muziek. Hierdoor leren kinderen bewuster te luisteren naar de muziek en hun fantasie te gebruiken.

 

De omslag naar het regelmatig werken aan en met muziek en bewegen vergt wat inzet en creativiteit, maar uiteindelijk is bij iedereen te merken; het is vooral héél leuk!

Tips:

  • Plan meer muziek- en bewegingsactiviteiten in tijdens rituele en overgangen of als activiteit.
  • Gebruik muziek van verschillende (thuis)talen van kinderen en in verschillende stijlen zoals jazz, klassiek, salsa, swing, circus, yoga en meditatiemuziek, etc
  • Maak een muziekhoek ( o.a. cd speler, cd’s met herkenbare plaatjes in een doos, muziekinstrumenten, koptelefoon, )
  • Stel een liedjesmand samen met voorwerpen die bij de gezongen liedjes/versjes horen
  • Doe vooral zelf mee – gek doen mag!

 

Met dank aan Gaby Raaijmakers en Monique Heintjes (pedagogisch medewerkers) van peutercentrum ‘t Leeuwtje van Spelenderwijs Utrecht

Meer lezen:

https://www.gezondeschool.nl/sites/default/files/o21684_150409-Artikel-bewegend-leren-in-Arnhem_def.pdf

https://kleutergewijs.wordpress.com/2018/06/13/wiskunde-en-de-taal-van-de-kunsten/

Bronnen

[i] Ast, M. van (2016). Bewegen en muziek versterken het brein. Van Twaalf tot Achttien, 26, 20-21.

[ii] Ast, M. van (2016). Bewegen en muziek versterken het brein. Van Twaalf tot Achttien, 26, 20-21.

[iii] Leeuwen, A. van (2015). Dans is zó’n krachtige manier om kinderen te laten leren. Kinderopvang,    25(12), 22-25.

[iv] Leeuwen, A. van (2015). Dans is zó’n krachtige manier om kinderen te laten leren. Kinderopvang,    25(12), 22-25.

[v] Verkerk, C. (2017). Op de boerderij. Het Jonge Kind, 44(8), 7.

[vi] Verkerk-Wassenaar, C. (2016). Dansen met peuters. Het Jonge Kind, 43(7), 22-25.

[vii] Poot, H. De ontwikkeling van het jonge kind: de motorische ontwikkeling. Oirschot: Kinderopvang & Peuterwerk.

[viii] Wiesman, A. (2017). Koprollen maken in de gang. Management Kinderopvang, 23(30).