Logo Universiteit Utrecht

Early Years blog

Early Years blog

Blog

door
Mehrnaz Tajik

De onzichtbare kinderen: Signaleer kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong zo snel mogelijk

De tweejarige Sarah was dol op tekenen. Toen de pedagogisch medewerker zwanger was, tekende Sarah een mensfiguur met een baby in de buik: een röntgentekening. Een mens met armen, benen, een mond, nek en een klein mensje in de buik. Het liet zien dat Sarah snapte dat er echt een baby in de buik zat en zij kon het ook nog eens tekenen! Toen Sarah vier jaar was, tekende ze opeens een koppoter: een hoofd met benen, zonder romp of nek. Wat was er gebeurd? Sarah was naar de basisschool gegaan. In de klas had ze gezien hoe andere kinderen tekenden. Was zij anders? Deed zij het misschien fout? Het maakte haar onzeker. Daarom paste ze zich snel aan.

Tekening gemaakt door Sarah, 3;4 jaar

  

Dit is een voorbeeld van hoe kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen reageren als ze naar school gaan [1]. Om maar niet uit de toon te vallen, passen ze zich binnen de eerste weken dat ze op school zijn aan [2]. Hun motivatie voor leren neemt af, zij krijgen last van faalangst en gaan onderpresteren [2]. Uit frustratie en verveling zijn er kinderen die gedragsproblemen krijgen [3]. Het is van belang om een kind binnen zes weken dat het op school is te signaleren. Want een kind met een ontwikkelingsvoorsprong heeft de begeleiding van de leerkracht hard nodig! Maar hoe herken je een kind met een ontwikkelingsvoorsprong?

Ontwikkelingsvoorsprong

Jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong vallen meestal op door een voorsprong in de taalontwikkeling en visueel-ruimtelijke ontwikkeling (getallen, vormen, kleuren). Waar de meeste kinderen van 2 jaar nog in tweewoordzinnen praten, kunnen sommige kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong al hele gesprekken voeren [2]. Het zijn kinderen met een grote leerhonger en een intense beleving van de wereld [4]. Dit klinkt mooi, maar het kan ook moeilijkheden met zich meebrengen. Het is van belang dat het kind op tijd gesignaleerd wordt en vervolgens passend aanbod en begeleiding krijgt.

Aanpasgedrag

Uit onderzoek is gebleken dat jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong zich binnen ongeveer zes weken kunnen aanpassen aan de groepsnorm. [2] “Slimme kleuters hebben vaak hoge verwachtingen van de basisschool,” vertelt Elma Dijkstra gepromoveerd op gedifferentieerd onderwijs in de kleutergroepen. “Sommigen denken dat ze meteen leren lezen en schrijven. Als dan blijkt dat dit niet zo is, passen ze zich snel aan. Ze konden al letters of al een beetje lezen en vervallen dan tot het maken van krabbels en krassen, om maar niet uit de toon te vallen.” [1]

Waarom is dat? Kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong willen, net als alle kinderen, het gevoel hebben dat ze erbij horen. Om maar niet op te vallen moet het kind steeds nauwlettend de omgeving in de gaten houden. Is wat ik doe wel wat hoort? Doe ik wel het juiste om erbij te horen? [4] Dit kost het kind veel energie en maakt het kind onzeker over zichzelf. Dit kan boosheid, verdriet, gedragsproblemen een negatief zelfbeeld (‘ik ben anders, het ligt aan mij’) en zelfs een depressie veroorzaken, ook al op hele jonge leeftijd. [4].

Snel signaleren

Om deze problemen voor te zijn is het zaak om kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong al in de eerste weken te signaleren. Maar hoe? Een leerkracht moet een kind nog leren kennen. Daarom is het belangrijk om al bij de intake vragen te stellen aan ouders over het kennen en kunnen van hun kind [1]. Wanneer het kind naar de kinderopvang is gegaan, kunnen de pedagogisch medewerkers vertellen welke ervaringen zij hebben met het kind. Hebben zij misschien observatielijsten ingevuld? In een warme overdracht kan de pedagogisch medewerker haar ervaringen met het kind en haar observaties delen en toelichten.

De SLO heeft een hulpmiddel voor vroegsignalering gepubliceerd. Met dit hulpmiddel kan in de eerste zes weken dat een kleuter naar de basisschool gaat, een mogelijke ontwikkelingsvoorsprong worden vastgesteld. Het is bedoeld voor signaleren en niet voor het vaststellen van een diagnose. [2] Na signaleren kan samen met de leerkracht, IB-er of schoolpsycholoog gekeken worden hoe het kind uitdagingen en begeleiding te bieden, waardoor het zich kan ontwikkelen.

Toen de pedagogisch medewerker zwanger was, tekende Sarah een mensfiguur met een baby in de buik: een röntgentekening.

Faalangst

Juist pientere kinderen hebben vaak last van faalangst. Een van de verklaringen hiervoor is dat zij continu bezig zijn met het niet opvallen. Ze zijn bang dat ze worden afgewezen als ze opvallen [4]. Een tweede verklaring is dat zij niet hebben geleerd te ‘leren’. Sommige kinderen zeggen: “ik kon het gewoon opeens.” Ze hebben de lat heel hoog liggen voor zichzelf en denken dat ze alles in 1 keer moeten kunnen, anders kunnen ze het niet. Daarbij hebben vele kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong een perfectionistische instelling, waardoor ze zich realiseren dat ze nooit kunnen voldoen aan deze verwachting. Taken waarbij ze moeten oefenen, gaan ze uit de weg. Bijvoorbeeld, wanneer het kind wordt gevraagd een mens te tekenen. De kleuter heeft zelf bedacht een tekening te maken zoals Rembrandt dat deed, maar ziet in dat dat niet gaat lukken en haakt af. [2] Een derde verklaring is dat zij van hun omgeving vaak te horen hebben gekregen dat ze zo slim zijn. Helaas versterkt dit de faalangst. Wanneer zij een uitdagende taak voorgelegd krijgen, zijn ze bang om te falen en dat zij worden afgewezen. In dit blog staat beschreven hoe je feedback kan geven op een manier die zelfvertrouwen en motivatie stimuleert.

Gedragsproblemen en misdiagnose

Sommige kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong kunnen uit verveling en frustratie gedragsproblemen krijgen. Sommige kinderen laten teruggetrokken gedrag zien, maar anderen worden juist druk en opstandig. Uit onderzoek blijkt dat het vaak voorkomt dat kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong een verkeerde diagnose krijgen. Dit komt omdat sommige gedragsproblemen op kenmerken van ADHD lijken [3][5]. Een kind dat zich verveelt kan bijvoorbeeld afhaken, niet meer opletten, dagdromen, rusteloos worden of iets anders gaan doen. Het kan dan lijken alsof het kind moeite heeft zich te concentreren en stil te zitten.

Tips voor vroegsignalering

Vroegsignalering van een ontwikkelingsvoorsprong is belangrijk om deze gedragsproblemen te voorkomen. Met deze tips heb je deze kinderen snel in het vizier:

  • Stel bij de intake vragen aan ouders over het kennen en kunnen van hun kind. Zij kennen het kind immers het beste. Vraag ouders bijvoorbeeld ouders wat het kind interessant vindt, waar het kind mee speelt en hoe het speelt, hoe de taalontwikkeling is (in eigen taal), als het kind puzzels maakt, welke puzzels maakt het kind, welke voorleesboeken het kind interessant vindt, en ga zo maar door. Misschien kunnen ouders ook een tekening, knutselwerkje of foto van een bouwwerk meebrengen van het kind.
  • Wanneer het kind naar de kinderopvang is gegaan, vraag dan aan de pedagogisch medewerkers wat hun ervaring en beeld is van het kind. Vraag ook of zij een observatiesysteem gebruikt hebben. En of je dit mag inzien.
  • Je kunt het hulpmiddel voor vroegsignalering van de SLO gebruiken om een beeld te krijgen van het kunnen van het kind.

Bronnen

[1] Douma, L. (2016). Pientere kleuters in de poppenhoek. Onderwijsblad nummer 03, 6 feb 2016

[2] Oldersma, F. (2011). Signalering ontwikkelingsvoorsprong bij kleuters (zes-weken-procedure). Groningen: OBS De Starter. Via: https://talentstimuleren.nl/?file=1097&m=1387480733&action=file.download

[3] Webb J.T. & Amend, E.R. (2013). Misdiagnose van hoogbegaafden, Van Gorcum Assen 2013, ISBN 978 90 232 5033 3

[4] Althuizen, M., De Boer, E. & Van Kordelaar, N. (2016) Doe ik wel wat hoort? Ontwikkelingsvoorsprong en sociale en emotionele behoeften. Wereld van het jonge kind — Jrg. 44 (oktober 2016) nr. 2

[5] Kerpel, A. (2014). Misdiagnose van hoogbegaafden.
Geraadpleegd op 08-01-2020, van https://wij-leren.nl/misdiagnose-hoogbegaafden.php