Logo Universiteit Utrecht

Early Years blog

Early Years blog

Blog

Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!

Bodine Romijn

Een bijdrage van onze gastblogger Bodine Romijn

 

Met deze en vele andere gevleugelde uitspraken heeft Pippi Langkous onze harten veroverd. Maar wat kunnen we, naast een gezonde dosis brutaliteit, hier eigenlijk van leren?

Self-efficacy

De uitspraak: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan!”, gaat over het concept self-efficacy[1]. Self-efficacy is de mate waarin je van jezelf inschat dat je iets goed kunt. Het gaat er dus niet om hoe competent je als professional bent, maar om hoe competent je jezelf voelt. In tegenstelling tot wat Pippi beweert, wordt self-efficacy wel degelijk beïnvloed door hoe vaak je iets hebt gedaan. Als iets goed lukt, wordt je gevoel van self-efficacy hoger, wat er op zijn beurt weer voor zorgt dat de kans op toekomstig succes groter wordt. Omgekeerd, wanneer iets niet lukt, zakt je gevoel van self-efficacy, wat de kans vergroot dat je in de toekomst opnieuw niet slaagt.

Onderzoek laat zien dat self-efficacy van leerkrachten en pedagogisch medewerkers een belangrijke voorspeller is voor hun gedrag in de groep. Zo zijn professionals met een hoger gevoel van self-efficacy beter in het ondersteunen van kinderen in hun emotionele ontwikkeling[2] en kunnen ze beter omgaan met ernstige gedragsproblemen op de groep[3]. Daarom is het belangrijk om professionals te ondersteunen in het ontwikkelen van  positieve self-efficacy gevoelens. Je gevoel van self-efficacy staat gelukkig niet vast en kan door de tijd heen veranderen. Ook kan het verschillen per activiteit en situatie. Zo kun je jezelf bijvoorbeeld competenter voelen tijdens het voorlezen dan tijdens het meespelen in rollenspel. Ook in de omgang met kinderen kun je merken dat je met het ene kind misschien beter om kunt gaan dan met het andere kind. Misschien merk je dat je onzekerder bent over het begeleiden van kinderen met bepaalde gedragsproblemen, of voel je jezelf in het algemeen competenter in de omgang met meisjes in plaats van jongens.

Ga eens bij jezelf na hoe het staat met jouw gevoel van self-efficacy. Voel jij je competent als professional? Zijn er situaties of groepen kinderen waarbij je merkt dat je meer of minder vertrouwen hebt in je eigen kunnen? Praat er ook eens over met je collega’s. Voelen zij zich in dezelfde situaties minder competent? Kunnen jullie misschien iets van elkaar leren?

Self-efficacy in diverse groepen

Professionals blijken ook te verschillen in hun gevoel van self-efficacy als het gaat om de omgang met kinderen van verschillende culturele en talige achtergronden[4]. Wanneer je jezelf in het algemeen competent vindt, betekent dit niet automatisch dat je net zo zeker van jezelf bent als het gaat om het bieden van de ondersteuning die deze kinderen nodig hebben voor een goede ontwikkeling. Sterker nog, veel professionals geven aan op dit gebied juist minder self-efficacy te ervaren. Maar hoe komt het dat professionals zich soms minder competent voelen op dit gebied? En belangrijker, hoe kunnen we die self-efficacy verhogen?

Aan de slag met het vergroten van self-efficacy

Je self-efficacy wordt beïnvloed door je ervaringen in de praktijk. Dat geldt dus ook voor het omgaan met culturele en talige diversiteit in de groep. De mate waarin je gelegenheid hebt (gehad) om in een groep met culturele en talige diversiteit te werken, kan effect hebben op je self-efficacy. Professionals die in groepen werken met kinderen van veel verschillende culturele achtergronden of met meertalige kinderen, voelen zich over het algemeen competenter in de omgang met deze kinderen. Ervaring opdoen in een diverse groep is dus belangrijk, maar geeft nog geen garantie voor het hebben van een hoge self-efficacy.

Het is vooral belangrijk dat je activiteiten onderneemt om met diversiteit in de groep te leren werken. Professionals met een hogere self-efficacy op het gebied van diversiteit geven namelijk aan vaker interculturele activiteiten aan te bieden in de groep. Denk bijvoorbeeld aan aandacht voor de verschillende waarden en normen op de groep, activiteiten die de kennis van kinderen over verschillende culturen vergroten, of het gebruik van materialen die recht doen aan de diversiteit in de groep en samenleving.

Dit soort activiteiten zijn niet alleen belangrijk voor groepen met veel culturele en talige diversiteit. Opvang en onderwijs moet namelijk alle kinderen voorbereiden op een plek in onze samenleving die steeds diverser wordt. Daarom zouden alle professionals zich competent moeten voelen in de omgang met diversiteit. En de beste manier om hier in te groeien is door gerichte kansen te creëren in je omgeving om hier mee te oefenen en succeservaringen op te doen. Want zoals Pippi zegt: ´Piano leren spelen zonder piano, dat kost ontzettend veel moeite”.

Zelf aan de slag met self-efficacy ten aanzien van culturele en talige diversiteit? Hieronder 3 tips:

  • Zijn er weinig tot geen kinderen met een andere culturele of talige achtergrond op jouw groep? Kijk eens of je binnen je organisatie een paar dagen kunt mee draaien op een groep met meer diversiteit. Of praat met collega’s over hoe zij hun aanbod en begeleiding aanpassen op basis van de achtergrond van hun kinderen.
  • Weinig diversiteit binnen je organisatie? Kijk dan eens of er mogelijkheden zijn om buiten je eigen werkcontext meer ervaring op de doen met culturele diversiteit. Denk aan het meekijken in een andere kinderopvang of een uitwisselingsproject met een school waar juist veel kinderen het Nederlands niet als moedertaal hebben. Maar ook buiten de schoolcontext zijn er mogelijkheden. Denk aan buurthuizen of verenigingen waar je in contact kunt komen met kinderen of ouders van verschillende achtergronden. Of ga op zoek naar laagdrempelig vrijwilligerswerk op dit gebied, bijvoorbeeld door je aan te melden als (voorlees)buddy.
  • Kijk of je jezelf extra kunt professionaliseren. Bijvoorbeeld door dit een expliciet aandachtspunt te maken in een coachingstraject. Of door met meerdere collega’s een studiedag rondom dit onderwerp te organiseren.
[1] Tschannen-Moran & Woolfolk Hoy (2001). Teacher efficacy: Capturing an elusive construct. Teaching and Teacher Education, 17, 783-805. doi:10.1016/s0742-051x(01)00036-1

[2] Guo, Piasta, Justice, & Kaderavek (2010). Relations among preschool teachers’ self-efficacy, classroom quality, and children’s language and literacy gains. Teaching and Teacher Education, 26, 1094-1103. doi:10.1016/j.tate.2009.11.005

[3] Almog & Schechtman (2007). Teachers’ democratic and efficacy beliefs and styles of coping with behavioural problems of pupils with special needs. European Journal of Special Needs Education, 22, 115-129. doi:10.1080/08856250701267774

[4] Romijn, Slot, Leseman, & Pagani (2020). Teachers’ self-efficacy and intercultural classroom practices in diverse classroom contexts: A cross-national comparison. International Journal of Intercultural Relations, 79, 58-70. doi:10.1016/j.ijintrel.2020.08.001