Blog
Hoe kan de kinderopvang een gastvrije plek zijn voor borstvoeding?

Sara Brouwer – Universiteit Utrecht
Hoe kunnen we het beste plekken in onze samenleving creëren waar moeders zich vrij, comfortabel en ondersteund voelen om hun kinderen te borstvoeding te geven? Deze vraag is ook van toepassing op de kinderopvang, een plek die een grote rol speelt in het dagelijks leven van veel jonge kinderen en ouders. In deze blog legt Sara Brouwer uit, aan de hand van een persoonlijke ervaring en inzichten uit sociale geografie, hoe de opvang een gastvrije plek kan zijn voor borstvoeding. Een borstvoedingsvriendelijke opvang kan bijdragen aan het welbevinden van moeders en kinderen en helpt tegelijkertijd een van de doelen van de Wereldgezondheidsorganisatie te realiseren, namelijk om borstvoeding te beschermen, te stimuleren en te ondersteunen.
Van een persoonlijke ervaring naar een onderzoeksvraag
Tijdens een rondleiding door een kinderdagverblijf, kort nadat ik met mijn man en ons acht maanden oude zoontje in de Verenigde Staten was gaan wonen, viel mij direct iets op: een sticker op de voordeur. Op de sticker stond ‘Breastfeeding Friendly Childcare’. Wat dit betekende vertelde een pedagogisch medewerker mij een paar minuten later toen ze me de ‘nursing room’ (voedingsruimte) liet zien. Ik voelde een golf van opluchting door me heengaan. Ik zag een kleine ruimte die groot genoeg was voor een comfortabele stoel met kussens, tissues, mueslirepen, flesjes water, tijdschriften, stopcontacten, flyers van publieke gezondheidscentra en borstvoedingsorganisties en zelfs een koptelefoon. De pedagogisch professional zei iets in de trant van:
“We begrijpen hoe belangrijk het is om een plek te hebben waar je je kunt terugtrekken en ontspannen tijdens het voeden of kolven. Je kunt de ruimte bijvoorbeeld gebruiken als je je zoon brengt, ophaalt of gedurende de dag. Je bent natuurlijk ook meer dan welkom om op de groep te voeden. “Whatever you prefer!” zei ze op z’n Amerikaans.“
Naast dat de pedagogisch professionals waren getraind in de juiste omgang met moedermelk, lieten ze ook bewust beelden van borstvoeding terugkomen in kinderboeken en educatieve materialen (bijvoorbeeld deze poppen). Door de aanwezigheid van de voedingsruimte en manier van communiceren voelde ik dat zowel mijn doorzettingsvermogen als mijn behoeftes werden gezien en begrepen in de voor mij emotionele overgang van thuis naar opvang. In de eerste maanden in Amerika maakte ik gebruik van de voedingsruimte om mijn zoontje te voeden tijdens mijn lunchpauze en later alleen bij het ophalen voordat ik naar huis ging.
Toen we vier jaar later weer in Nederland woonden en ik deze keer mijn dochter naar de opvang bracht, was het hier ook duidelijk dat ze professioneel met moedermelk omgingen en ouders steunden in hun voedingskeuze. Maar, de enige plek om je kind te voeden was op de groep zelf. En dit deed ik ook, maar het was wel wat moeilijker om te ontspannen in een omgeving waar verschillende ouders in en uit liepen. Ik zat tussen de gesprekken van pedagogisch medewerkers en peuters vroegen me wie ik was en wat ik hier deed. Vaak vereiste een comfortabele manier van voeden ook een lichaamspositie waarbij ik me opgelaten voelde in een gezamenlijke ruimte, zoals achterover hangend en wijdbeens zittend. Nadat mijn dochter een jaar was, hoorde ik ook vaker goedbedoelde opmerkingen in de trant van ‘Wow, wat goed dat je het zo lang volhoudt’ of ‘Wanneer denk je dat je gaat stoppen?’. Zulk soort opmerkingen, die benadrukten hoe uitzonderlijk het was dat ik mijn dochter voedde, droegen niet per se bij aan het creëren van de gastvrije sfeer die ik in de VS had ervaren. Toen vroeg ik me af: welke inzichten uit mijn vakgebied ons beter laten begrijpen hoe de opvang een gastvrije en ondersteunende plek kan zijn.
Het belang van een gastvrije en ondersteunende plek voor borstvoeding
Het gevoel van sociale steun ontvangen en je comfortabel voelen tijdens het voeden van een baby kan cruciaal zijn voor het welbevinden van moeders en het succes van borstvoeding. Dit is vooral belangrijk als moeders weer betaald gaan werken of gaan studeren of om een andere reden gebruik gaan maken van de opvang. In die periode maken zowel moeder als kind meerdere veranderingen mee in het dagelijks leven, niet alleen in het vormen van nieuwe relaties en routines op de opvang, maar ook in de fysieke omgeving. Onderzoek laat zien dat er juist in deze periode behoefte is aan beleid dat ondersteunend is voor borstvoeding, zoals een keurmerk ‘borstvoedingsvriendelijke opvang’ [1]. In sommige steden is hier al meer aandacht voor. Bijvoorbeeld in Eindhoven, dat onlangs de stempel ‘borstvoedingsvriendelijke gemeente’ van het Voedingscentrum heeft ontvangen. Tegelijkertijd valt er wel nog veel te winnen, aangezien onderzoek in Europese landen wijst op een gebrek aan ruimtes waar moeders zich gesteund en welkom voelen tijdens het buitenshuis voeden van hun baby [2].
Een ruimtelijk perspectief op borstvoeding
Onderzoek binnen sociale geografie, een vakgebied waar de relatie tussen mens en omgeving centraal staat, laat zien dat het voeden van baby’s en jongere kinderen niet vanzelfsprekend is verschillende soorten ruimtes. Dit geldt voor openbare ruimtes, zoals een plein, semi-openbare ruimtes zoals een overdekt winkelcentra en in gedeelde private-ruimtes waar toegang is beperkt tot een specifieke groep gebruikers, zoals de kinderopvang [3, 4, 5, 6]. Het vereist fysieke, emotionele en sociale inspanning. Moeders moeten vaak rekening houden met verschillende factoren als ze hun kind buitenshuis willen voeden. Ze moeten nadenken over hoe ze zich verhouden tot (i) de ruimte om hen heen, zich verhouden tot (ii) twee lichamen – hun eigen en dat van hun kind – en tot (iii) vloeibaar voedsel in de vorm van moedermelk. Ze maken inschattingen over de inrichting van de ruimte en welke plekken daarbinnen acceptabel zijn om te voeden. Ook anticiperen ze op sociale omgangsvormen (wat als iemand me tijdens het voeden gedag komt zeggen?). Verder denken ze mogelijk na over hoe anderen oordelen over de kwaliteit van hun moederschap (denken anderen dat ik een goede moeder ben als ze me zien voeden?). Daarnaast moeten ze afwegen of hun lichaam geseksualiseerd zal worden (waarom staart die persoon zo lang en indringend naar me?), of hun lichaam als storend zal worden ervaren (worden andere mensen ongemakkelijk door mij?) en of hun lichaam onderworpen zal worden aan bepaalde regels of beperkingen (zal ik hier worden weggestuurd?).
Ander relevant onderzoek binnen sociale geografie voor de vraag hoe plekken zoals de kinderopvang borstvoedingsvriendelijk kunnen zijn gaat over de sociale infrastructuur van de stad. Wat we hiermee bedoelen zijn de verschillende gedeelde plekken en voorzieningen waar zorg (zoals borstvoeding) plaatsvindt. Denk bijvoorbeeld aan de bibliotheek, buurtcentra of speeltuinen. De kinderopvang kan worden gezien als onderdeel van de sociale infrastructuur van een stad. En binnen een stad is deze sociale infrastructuur niet overal van even goede kwaliteit, of is zelfs niet aanwezig. Een groep onderzoekers [7] concludeerde bijvoorbeeld dat in sommige delen van de stad, ouders meer moeite moeten doen om goede zorg voor hun kinderen te garanderen. Als we ons dit realiseren, is het des te belangrijker om ervoor te zorgen dat iedere moeder, ongeacht waar ze woont in de stad, borstvoedingsvriendelijke plekken kan ervaren. De kinderopvang kan heel goed een van deze plekken zijn, aangezien het zo’n belangrijke plek is in het alledaagse leven van moeders die na verlof de overgang maken naar werken of studeren (of voor andere redenen gebruik maken van de opvang).
Praktische overwegingen voor kinderopvangorganisaties
Ook al bestaat er geen officiële stempel voor een borstvoedingsvriendelijke kinderopvang, kunnen organisaties toch proactief aan de slag gaan hiermee.
- Een voedingsruimte als basisvoorziening: Een overweging zou kunnen zijn om een voedingsruimte zoals in de VS mee te nemen in het ontwerp van nieuwe locaties. Bestaande locaties kunnen natuurlijk ook worden aangepast, alhoewel dit wellicht iets moeilijker is. Naast kunstvoeding als standaardvoorziening die is inbegrepen in de prijs van de opvang, zou een uitgeruste en comfortabele voedingsruimte, dat ook kunnen zijn voor families die borstvoeding geven.
- Zichtbaarheid: Ook kunnen kinderopvangorganisaties borstvoeding normaal maken door niet alleen flesjesvoeding te laten terugkomen in speelgoed en boeken, maar ook beelden van borstvoeding te laten zien.
- Communicatie: Als laatste zou sensitieve communicatie over borstvoeding onderdeel kunnen worden van trainingen voor pedagogisch professionals.
Al met al is de kinderopvang een plek die niet moet worden onderschat in de maatschappelijke missie om het welbevinden van moeders en jonge kinderen te vergroten en borstvoeding te beschermen, te bevorderen en te ondersteunen.
Referenties
[1] Monk, H. and Hall, H., 2017. New mothers transitioning to employment: Impact on infant feeding practices. In Studying Babies and Toddlers: Relationships in Cultural Contexts (pp. 63-80). Singapore: Springer Singapore. New Mothers Transitioning to Employment: Impact on Infant Feeding Practices | SpringerLink [2] Hauck, Y.L., Bradfield, Z. and Kuliukas, L., 2021. Women’s experiences with breastfeeding in public: An integrative review. Women and Birth, 34(3), pp.e217-e227.Women’s experiences with breastfeeding in public: An integrative review – PubMed [3] Boyer, K., 2018. The emotional resonances of breastfeeding in public: The role of strangers in breastfeeding practice. Emotion, Space and Society, 26, pp.33-40.The emotional resonances of breastfeeding in public: The role of strangers in breastfeeding practice – ScienceDirect [4] Mathews, V., 2019. Reconfiguring the breastfeeding body in urban public spaces. Social & Cultural Geography, 20(9), pp.1266-1284.Full article: Reconfiguring the breastfeeding body in urban public spaces [5] Naylor, L., 2022. The body as a site of care: food and lactating bodies in the US. Gender, Place & Culture, 29(3), pp.440-449. The body as a site of care: food and lactating bodies in the U.S.: Gender, Place & Culture: Vol 29 , No 3 – Get Access [6] Stav, T., 2019. Private practices in public spaces: research into spatial cues supporting breastfeeding in the Nijmegen-Arnhem region of the Netherlands. Gender, Place & Culture, 26(3), pp.315-337. Private practices in public spaces: research into spatial cues supporting breastfeeding in the Nijmegen-Arnhem region of the Netherlands: Gender, Place & Culture: Vol 26 , No 3 – Get Access [7] Binet, A., Houston-Read, R., Gavin, V., Baty, C., Abreu, D., Genty, J., Tulloch, A., Reid, A. and Arcaya, M., 2023. The urban infrastructure of care: Planning for equitable social reproduction. Journal of the American Planning Association, 89(3), pp.282-294. Full article: The Urban Infrastructure of Care