Blog
Spel als sleutel: hoe een rijke speelleeromgeving de fijne motoriek van jonge kinderen versterkt

Natasja van Dijk – CED Groep
Lucas schuift de insteekpuzzel gefrustreerd weg. Hij ziet wel op welke plek de stukjes moeten, maar het lijkt of ze niet passen. Het lukt hem niet om de stukjes precies in het gat te leggen. Norah vraagt de juf om hulp, zij krijgt niet zelf de rits van haar jas dicht. Timo is vijf, maar houdt zijn potlood nog vast met een vuistgreep. Een grote dino tekenen lukt nog wel, de kleine dino ernaast tekenen kost hem veel moeite.
Veel professionals in de kinderopvang en leerkrachten op scholen merken dat de fijne motoriek van de kinderen achteruit gaat [1]. Zij zien dat bijvoorbeeld aan de tekenontwikkeling, hoe kinderen knippen en aan de mate waarin kinderen knopen open en dicht kunnen maken. Onderzoek laat zien dat deze motorische achteruitgang te maken heeft met het feit dat kinderen veel meer zitten en dus minder bewegen dan voorheen [2,3]. Een van de verklaringen hiervoor is het toegenomen schermgebruik door jonge kinderen [2,3,4,5,6,7]. Ook al gebruiken kinderen hun fijne motoriek om te kunnen swipen en tikken op verschillende devices, deze bewegingen zijn minder gevarieerd dan in zand graven, met blokken bouwen en tekenen [7]. Naast het schermgebruik zijn er ook andere verklaringen voor de achteruitgang van de motoriek. In dit artikel gaan we niet verder in op de oorzaken, maar juist op: wat kun je eraan doen? En hoe kun je dat doen zonder in ‘droog’ oefenen te verzanden?
Wat is fijne motoriek precies?
Bij fijne motoriek denk je vaak aan het bewegen met de handen en vingers en aan alle activiteiten en oefeningen die een juiste pengreep en uiteindelijk een vloeiend, goed leesbaar handschrift moeten bevorderen. Maar fijne motoriek is meer dan dat [1]. De ontwikkeling van hiervan staat niet los van die van de grote motoriek en volgt daarbij twee principes. Het eerste is het cefalo-caudaal principe: de ontwikkeling van hoofd tot voeten. Een baby leert eerst zijn hoofd te bewegen en daarna pas de rest van zijn lijf. Het tweede principe is het proximo-distaal principe: de ontwikkeling vanuit het midden naar buiten. Eerst leert een kind zijn bewegingen vanuit de schouder te sturen, dan vanuit de elleboog en vervolgens verder via de polsen naar de vingers.
Daarnaast is er de ontwikkeling van hand-oogcoördinatie naar oog-handcoördinatie. Bij baby’s spreek je nog van hand-oogcoördinatie: de baby kijkt naar wat hij met zijn hand aanraakt of doet. Door veel te manipuleren en oefenen gaat dit over in oog-handcoördinatie: het kind stuurt zijn handen en vingers aan door te kijken. Tenslotte ontwikkelt ook de lateralisatie. Een kind ontwikkelt een voorkeurshand, waarbij de andere hand fungeert als steunende hand. De handen leren samen te werken. Denk aan kinderen die met hun ene hand knippen en met hun andere hand het papier meebewegen.
De fijne motoriek bevorderen
Er zijn diverse manieren om gericht de ontwikkeling van de fijne motoriek te stimuleren. Zo is het spelen met loose parts en het vullen van tuff trays met sensomotorische materialen erg populair. Kijk hierbij goed naar wat je aanbiedt en laat een kind spelen met materialen die passen bij de ontwikkelingsfase van dít kind [8]. Ook kun je kinderen een variatie aan ontwikkelings- en constructiematerialen aanbieden, zoals hamertje tik, een kralenplank, nopper of duplo.
Naast spelen met een gevarieerd aanbod bevorder je de fijne motoriek ook door kinderen te laten helpen met dagelijkse activiteiten of ze deze zelf te laten doen. Denk hierbij aan ritsen en knopen sluiten bij het aankleden, eten met bestek, brood smeren, in de tuin werken of was ophangen met wasknijpers [1,9]. In het boek ‘Als fijne motoriek moeilijk gaat’ van Litière en anderen [1] staan ook diverse andere oefeningen om gericht te kunnen oefenen.
Inrichting van de speelleeromgeving
Bij jonge kinderen is het zaak om meer holistisch te werken: niet gericht op één ontwikkelingsgebied, maar op de brede ontwikkeling. Spel, zowel (be)geleid spel als vrij spel, vormt de kern binnen de kinderopvang en groep 1 en 2 om de ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Het creëren van een rijke speelleeromgeving vormt hierbij een belangrijke factor. Een rijke speelleeromgeving bevat diverse materialen waarmee de kinderen kunnen manipuleren, voelen, sorteren en experimenteren:
- Loose parts kun je integreren in vrijwel elke hoek [12]. In de zandtafel zijn stenen, schelpen en stokjes een fijne toevoeging. Bij de bouwhoek kunnen stukjes touw, gordijnringen, stukjes stof of allerlei glimmende materialen bijdragen aan de constructie en versiering van bouwwerken. In de huishoek kunnen de kinderen kleine voorwerpen opbergen in potten en flessen met diverse soorten klik- en schroefdoppen.
- Als kinderen willen verven kan dat meestal bij het verfbord. Zo kunnen zij verticaal werken met bewegingen vanuit de schouder en elleboog, maar ook fijner werken is mogelijk. Geef de kinderen de mogelijkheid om met grote en kleine, dikke en dunne kwasten te werken, maar ook te vingerverven en verven of stempelen met andere materialen. Werken met veren of bubbelplastic vraagt niet alleen om een andere hantering van materiaal, maar ook zorgt het voor verrassende effecten.
- Als kinderen met klei spelen, duwen ze de klei plat, rollen er een bal van, kneden ze de klei en boetseren ze de klei om de gewenste vorm te krijgen. Hiermee ontwikkelen zij de spieren en bewegingen die zij later gebruiken bij het schrijven [11]. Klei kun je goed integreren in andere hoeken: pillen maken in de apotheek, koekjes bakken in de bakkerij of dingen maken voor de verteltafel.
- Veel verkleedkleding voor peuters en kleuters is voorzien van klittenband. Dit is weliswaar makkelijk, maar vormt eigenlijk ook een gemiste kans. Vul de kleding daarom bewust aan met kleding met ritsen, (druk)knoppen en schoenen met verschillende soorten sluitingen. Niet altijd makkelijk, maar wél fijn om de fijne motoriek te oefenen in het spel.
Zo zie je dat je met eenvoudige ingrepen de speelleeromgeving kunt verrijken. Op deze wijze stimuleer je de ontwikkeling van de fijne motoriek, terwijl de kinderen ‘gewoon’ spelen.
Literatuur
[1] Litière, M., Schoonjans, El., & Vermeerbergen, K. (2024). Als fijne motoriek moeilijk gaat: Handleiding voor het begeleiden van kinderen. Tielt: Uitgeverij Lannoo nv. [2] Slot, P. (2026). Meer bewegen vraagt om grote stappen. Verkregen op 9 maart 2026, van https://earlyyearsblog.nl/2026/03/06/meer-bewegen-vraagt-om-grote-stappen/. [3] Singh, A., Veldman, S., & De Jonge, M. (2023). Kennis- en innovatiescan: Kinderen bewegen minder en motoriek neemt af. Verkregen op 5 maart 2026, van https://mooibeweging.nl/wp-content/uploads/2024/11/KI_scan_wp2.pdf. [4] Broeren, K. (2025). Ook fijne motoriek kinderen holt achteruit: ‘We bewegen én knutselen te weinig’. Verkregen op 24 februari 2026, van https://www.kinderopvangtotaal.nl/ook-fijne-motoriek-kinderen-holt-achteruit-we-bewegen-en-knutselen-te-weinig/?reauth=1. [5] Arabiat, D., Al Jabery, M., Robinson, S., Whitehead, L., & Mörelius, E. (2022). Interactive technology use and child development: A systematic review. Child: Care, Health and Development, 49(4), 679-715. https://doi.org/10.1111/cch.13082. [6] Zheng, P., & Sun, J. (2022). Preschool children’s use of digital devices and early development in Hong Kong: The role of family socioeconomic status. Early Education and Development, 33(5), 893-911. Doi: 10.1080/10409289.2021.1920767. [7] Martzog, P., & Suggate, S.P. (2022). Screen media are associated with fine motor skill development in preschool children. Early Childhood Research Quarterly, 60, 363-373. https://doi.org/10.1016/j.ecresq.2022.03.010. [8] Noordzij, F. (2025). Sensomotorisch spel. KinderopvangTotaal Op groep 35, 40-42. https://doi.org/10.1007/s41189-025-2596-2. [9] Kroon, M.L.A. de, De Best, J, Te Wierike, S, & Lanting, C. (2019). JGZ Richtlijn motorische ontwikkeling. Verkregen op 9 maart 2026, van https://www.jgzrichtlijnen.nl/richtlijn/jgz-richtlijn-motorische-ontwikkeling/. [10] Aydos. E.H. (2025). Art in early childhood: Experiences and effects. Journal of Theoretical Educational Science, 18(2), 302-321. http://doi.org/10.30831/akukeg.1590786. [11] Sutapa, P., Suharjana, Ndayisenga, J., & Bin Aman, M.S. (2021). Improving of fine motor skills through plasticine playing and clay in early childhood. Turkish Online Journal of Qualitative Inquiry (TOJQI), 12(7), 2427-2436. [12] Antonissen, B. (2019). Spelen in uitdagende hoeken. Leuker.nu.