Blog
Kwetsbare kinderen een taalboost geven in 5 minuten
Als het gaat over taalstimulering in de kleuterklas horen we vaak dezelfde terechte, tips: verwoord wat kinderen doen, gebruik rijke taal, … En ja: elk moment van de dag is een taalmoment. Van het fruitmoment tot op weg naar het toilet: kinderen hebben rijke taal nodig. De taal die ze horen, is de taal die ze kunnen leren.
En toch… wil ik in deze blog een lans breken voor vijf stille minuten. Vijf minuten zonder kinderen om precies te zijn. Waarom? Omdat net díe minuten een wereld van verschil kunnen maken voor de kinderen die taal het hardst nodig hebben. Maar hoe dan? Dat kom je in deze blog te weten.
Ongelijkheid in taalontwikkelingskansen
Internationaal onderzoek toont het al jaren: er bestaan ongelijkheden in hoe kinderen taalstimulering krijgen. We weten bijvoorbeeld dat er een spiegeleffect is: professionals gaan onbewust het taalgebruik van kinderen kopiëren [1]. Gebruikt een kind korte, eenvoudige zinnen, dan doen professionals dat vaak ook. Net zoals je soms ongemerkt een accent overneemt na een weekendje kust aan de kust of in het zuiden. Onderzoek laat ook zien dat professionals hun interactiestijl aanpassen op basis van de taalachtergrond van kinderen: meertalige jonge kinderen krijgen vaker vereenvoudigde, beperkende ondersteuning, terwijl eentalige kinderen juist uitgebreidere hints of denkvragen krijgen.
Kijkend door de ogen van de professional
Om die mechanismen écht te begrijpen, voerden we een grootschalig eye-trackingonderzoek uit in kleuterklassen in België [3]. leerkrachten droegen speciale brillen met een kleine camera die registreert waar ze naar kijken. Zo konden we per seconde volgen welke kinderen hun aandacht kregen.
De resultaten van ons onderzoek: talige kwetsbare kinderen – kinderen met minder spreekdurf, een meertalige achtergrond, of een minder ver gevorderde taalontwikkeling – krijgen minder aandacht van hun leerkrachten. En minder aandacht betekent meestal: minder vaak aangesproken worden. Dat was geen bewuste keuze van de kleuterleerkrachten. Integendeel.
Twee soorten aandacht
Hoe kan het dat net de kinderen die onze aandacht het hardst nodig hebben, minder in beeld komen? Om dat te begrijpen, moeten we kijken naar hoe professionals hun aandacht verdelen in de groep.
Belangrijk daarbij is dat professionals hun aandacht op twee manieren inzetten. Soms heel bewust, wanneer ze een kind willen opvolgen of een stiller kind doelgericht willen betrekken. In die momenten zie je hoe sterk professionals écht willen inzetten op gelijke kansen. Dat hoor je ook wanneer ze zichzelf achteraf op beeld zien: ze willen elk kind zien, elk kind laten spreken.
Maar naast die bewuste laag er is ook een hele laag van aandacht die niet-intentioneel verloopt. De blik van een professional wordt voortdurend meegetrokken door verwachtingen, gewoontes en de flow van de groep. De ogen van de Belgische kleuterleerkrachten vertelden ons drie dingen:
- Onbewust gaan professionals kijken naar de kinderen waarvan ze verwachten dat ze iets zullen zeggen.
- Wanneer professionals opkijken naar de groep kinderen, kijken ze instinctief naar enkele ankerpunten in de groep.
- Wanneer professionals de groep aanspreken, worden telkens opnieuw vooral dezelfde kinderen aangekeken.
Opvallend vaak zijn dat net de taalsterke kinderen. Niet omdat professionals dat willen. Integendeel. Maar de complexiteit en snelheid in de groep sturen dat automatisch proces.
Vijf minuten aandacht op jezelf
Professionals willen wel graag elk kind betrekken, maar de dagelijkse realiteit laat weinig ruimte om stil te staan bij vragen als: wie zie ik eigenlijk vaak? Wie nauwelijks? Welke kinderen laat ik – zonder dat ik dat besef – wat links liggen? En welke kinderen ken ik minder goed dan ik dacht?
Net daar wringt het schoentje: de bedoeling van de professional is gelijkheid, maar de dagelijkse hectiek trekt die bedoeling wat scheef. De literatuur over aandacht laat zien dat we dat kunnen bijsturen, op één cruciale voorwaarde: reflectie. Maar daarvoor is tijd nodig, tijd om bewust te worden van patronen die anders onzichtbaar blijven.
En precies daar haal ik mijn voorstel voor die vijf kindvrije minuten vandaan. Een korte pauze waarin je even nadenkt over je groep, over wie je vaak betrekt en wie misschien minder. Over welke kinderen je morgen doelgericht aandacht wil geven. Over welk kind je vandaag nauwelijks hebt horen spreken. Die paar minuten creëren ruimte om je aandacht de volgende dag opnieuw intentioneel te gebruiken.
Het is misschien wel het meest waardevolle dat je elke dag kunt doen. Vooral voor de kinderen die jou het hardst nodig hebben. Reflectie is echter niet eenvoudig. Uit een sterke onderzoeksbasis weten we dat “zomaar reflecteren” niet vrijblijvend is. Professionals hebben een sterke input nodig om tot diepe reflectie te komen: een hulpmiddel, een prikkel.
Zelf aan de slag? Hier wat praktische tips:
- Bekijk eens je groepslijst/klassenlijst en stel jezelf eens de vraag over welke kinderen je meer of minder weet?
- Vraag eens aan een collega om je te bezoeken, en er dan op te letten welke kinderen jij het vaakst betrekt.
- Film jezelf en bekijk jouw video eens een paar keer, telkens vanuit de bril van een ander kind. Krijgen deze kinderen dezelfde leerkansen?
- Vraag een collega eens je vragen eens te turven. Krijgt elk kind evenveel vragen?
Referenties
[1] Menninga, A., van Dijk, M., Steenbeek, H., & van Geert, P. (2017). Language use in real‐time interactions during early elementary science lessons: The bidirectional dynamics of the language complexity of teachers and students. Language Learning, 67(2), 284-320. [2] Langeloo, A., Mascareño Lara, M., Deunk, M. I., Klitzing, N. F., & Strijbos, J. W. (2019). A systematic review of teacher–child interactions with multilingual young children. Review of Educational Research, 89(4), 536-568. [3] TACOS project: https://tacos-project.be/
*Deze blog van Thibaut Dutois is oorspronkelijk geplaatst op onze zusterblog Kleutergewijs. Het blogbericht is vertaald en bewerkt door Bodine Romijn.