Logo Universiteit Utrecht

Early Years blog

Early Years blog

Blog

Leren praten met je oren én je ogen

 Kinderen leren niet alleen te praten door te luisteren, maar ook door te kijken, maar hoe doen ze dit precies? Onderzoeker Victoria Reshetnikova van het Sound Start-project, onderzoekt hoe jonge kinderen gebaren gebruiken om spraak te structuren. In deze blog vertelt ze over de recente inzichten. Hoe gebruik jij gebaren om je spraak te ondersteunen?

 Communicatie is niet alleen spraak

‘Harry Styles treed op in Amsterdam!’ Je vraagt je misschien af wat dat te maken heeft met vroege ontwikkeling, maar bedenk eens hoe je deze zin zou interpreteren. Misschien interpreteer je het als een teken dat ik een grote Harry Styles fan ben. Of misschien denk je dat ik het vervelend vind dat alle treinen die van en naar station Bijlmer Arena gaan overvol zullen zijn. Het is lastig om te weten wat ik precies bedoel zonder context. Als je me deze zin zou zien zeggen met een grote glimlach en twee duimen omhoog, dan ga je waarschijnlijk van de eerste interpretatie uit.

Ik gebruik het Harry Styles voorbeeld om te laten zien dat mensen niet alleen via spraak communiceren, maar ook via gebaren, gezichtsuitdrukkingen, hoofdbewegingen, oogopslag en de manier waarop hun stem klinkt. Samen laten deze aspecten zien wat iemand bedoelt.

Leren praten met je oren én je ogen

Baby’s worden geboren in een wereld waar communicatie van allerlei bronnen kan komen. Ze horen niet alleen wat hun omgeving zegt. Ze zien ook hoe mensen hun handen, wenkbrauwen, lippen en hoofd bewegen terwijl ze aan het praten zijn. Nuttige informatie over taal komt dus niet alleen binnen via spraak, maar wordt ook visueel waargenomen.

Om de moedertaal te leren, moeten baby’s eerst leren om de continue stroom van woorden op te delen in betekenisvolle stukjes. Dit zijn bijvoorbeeld zinnen, zinsdelen, woorden en uiteindelijk ook losse geluiden. De spaties, komma’s en punten die je ziet terwijl je deze tekst leest, zijn vaak niet te horen als je aan het praten bent. Zeg de volgende zin maar eens hardop: “Spraakheeftgeenspatiesalsweernaarluisteren”.

Desondanks kunnen jonge kinderen leren waar een woord eindigt en het nieuwe woord begint, zonder dat bijvoorbeeld hun ouders en of pedagogisch medewerkers uitleggen hoe ze dit moeten doen.

Baby’s leren van de melodie in een zin

Onderzoekers hebben laten zien dat jonge kinderen bepaalde signalen in de spraak gebruiken om spraak op te delen in stukjes. Baby’s zijn bijvoorbeeld gevoelig voor verschillen in toonhoogte, pauzes en de lengte van klanken in spraak. Deze signalen helpen baby’s om te leren waar een zinsdeel of woord eindigt en een nieuw zinsdeel of woord begint.

De volgende zin: “Taylor Swift zegt Harry Styles heeft veel talent” kan bijvoorbeeld twee betekenissen hebben. Dit hangt af van de manier waarop de zin is uitgesproken. Probeer het maar eens hardop op deze twee manieren:

  1. “Taylor Swift,” zegt Harry Styles, “heeft veel talent”.
  2. Taylor Swift zegt: “Harry Styles heeft veel talent”.

In het eerste geval geeft Harry Styles een compliment aan Taylor Swift. In het tweede geval is het precies omgekeerd; Taylor Swift is degene die iets aardigs zegt over Harry Styles. Als je de zinnen hardop uitspreekt, merk je dat de pauzes en toonhoogte van de twee zinnen verschillen: De twee zinnen hebben een andere ‘melodie’ of ‘ritme’.

Uiteindelijk leren baby’s welke signalen in de spraak ze kunnen gebruiken om deze verschillen in betekenis te herkennen. Als kinderen ouder worden, leren ze ook welke signalen belangrijk zijn voor hun moedertaal. In het Nederlands is bijvoorbeeld een pauze een belangrijk signaal om een grens tussen woorden of zinsdelen te herkennen. In het Duits gebruiken sprekers vaker veranderingen in toonhoogte en de verlenging van een klank om grenzen tussen woorden en zinsdelen herkenbaar te maken.

Gebaren geven structuur aan spraak

Baby’s leren niet alleen van deze gesproken signalen, maar ook van wat ze zien. Gebaren, hoofdbewegingen, lipbewegingen en gezichtsuitdrukkingen geven vaak extra informatie over de structuur van de continue woordenstroom waar kinderen aan zijn blootgesteld.

Gebaren geven deze structuur op twee manieren. Ten eerste kunnen gebaren direct betekenis toevoegen aan spraak. Bijvoorbeeld door te wijzen of twee duimen omhoog te houden. Onderzoek heeft aangetoond dat jonge kinderen woorden voor objecten beter leren wanneer ze kijken naar het object waar je naar wijst. De gebaren zouden dus het leerproces kunnen ondersteunen.

Ten tweede kan je met gebaren bepaalde woorden benadrukken. Als je bijvoorbeeld een gebaar maakt terwijl je nieuwe of tegengestelde informatie geeft, is dit extra duidelijk. Jonge kinderen lijken al gevoelig te zijn voor deze ‘afstemming’ tussen spraak en gebaren.  Oudere kinderen lijken ook beter te leren als je gebruik maakt van gebaren terwijl je uitleg geeft over rekenen.

De volgende stap in onderzoek

Kortom: gebaren kunnen helpen om gesproken taal te structuren door bepaalde informatie te benadrukken of door de aandacht van een kind ergens op te richten. Maar misschien kunnen gebaren nog wel meer doen, net zoals de melodie en het ritme van spraak. In mijn onderzoek probeer ik nu de volgende vraag te beantwoorden: Hoe kunnen gebaren helpen om de continue stroom van woorden op te delen in betekenisvolle stukjes?

Praktische tips

Misschien wil je zelf ook wel aan de slag gaan met de gebaren die je zelf gebruikt. Probeer in elk geval eens te letten op de gebaren die je gebruikt als je met kinderen praat. Misschien overdrijf je bepaalde gebaren of gezichtsuitdrukkingen wel, zodat ze nog duidelijker zijn. Merk je dat kinderen meer aandacht hebben voor wat je zegt, als je ook gebaren maakt?

Als je niet zo goed weet waar je moet starten, kan je misschien beginnen tijdens het voorlezen. In deze blog die we eerder gepubliceerd hebben, staan tips over hoe je van voorlezen een echte beleving kunt maken.