Blog
Diversiteit en inclusie: van bewustzijn naar dagelijks handelen

Eva van der Panne – CED Groep

Patricia Bourgonje – CED groep
Kinderen komen dagelijks in aanraking met verschillen. Verschillen in taal, cultuur, gezinssamenstelling of sociaaleconomische achtergrond maken deel uit van de praktijk. Dit noemen we diversiteit. Inclusie gaat een stap verder. Het gaat over wat je doet: hoe je ervoor zorgt dat ieder kind zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelt en daadwerkelijk kan meedoen. Dit betekent dat verschillen niet alleen worden opgemerkt, maar ook actief worden meegenomen in hoe je handelt en keuzes maakt [1]. Wanneer dit niet gebeurt, bestaat het risico dat bepaalde kinderen zich minder zichtbaar voelen of minder kansen krijgen om mee te doen [2].
| In de peutergroep van juf Mariska zitten kinderen met verschillende achtergronden. Tijdens het kringmoment leest juf Mariska een prentenboek voor over een gezin met een mama en papa. Eén van de kinderen, Scott, vertelt dat hij twee mama’s heeft. Juf Mariska pakt dit moment bewust op en zegt: ‘Wat mooi, Scott. Er zijn veel verschillende soorten gezinnen. Sommige kinderen hebben twee mama’s, een mama en papa, of wonen bij opa en oma.’ Later kiest ze ervoor om vaker boekjes en materialen aan te bieden waarin diverse gezinssamenstellingen en culturen zichtbaar zijn. Ook vraagt ze ouders om input over tradities thuis, zodat deze terugkomen op de groep. |
Wat weten we over inclusieve omgevingen?
Uit onderzoek blijkt dat inclusieve omgevingen bijdragen aan het welbevinden en de sociale ontwikkeling van kinderen. Kinderen voelen zich veiliger, meer betrokken en ontwikkelen sociale vaardigheden wanneer zij ervaren dat zij erbij horen. Gerichte aandacht voor interactie tussen kinderen en een positieve benadering van verschillen hangen samen met positieve sociale relaties tussen kinderen en minder uitsluiting [3]. Kortom: inclusie heeft invloed op hoe kinderen elkaar leren begrijpen en accepteren.
Jij maakt het verschil
Pedagogisch professionals hebben een sleutelrol in het vormgeven van inclusie. De kinderopvang is namelijk een oefenplaats waar kinderen ontdekken hoe zij zich tot anderen verhouden. Dit gebeurt niet alleen in geplande activiteiten, maar juist in kleine, dagelijkse momenten.
| Tijdens het fruitmoment zegt Sem ‘Jij praat raar’ tegen Ahmed. Meester Bram hoort dit en reageert direct, maar rustig. Hij zegt: ‘Ahmed leert nog Nederlands. Thuis spreekt hij een andere taal. Dat is knap, want hij kent eigenlijk twee talen.’ Vervolgens vraagt hij aan Ahmed hoe je een bepaald woord in zijn thuistaal zegt. Samen met de groep proberen ze het woord uit te spreken. |
Inclusief werken is niet altijd vanzelfsprekend. Pedagogisch professionals kunnen handelingsverlegenheid ervaren. Ze zijn bijvoorbeeld bang zijn om iets verkeerd te zeggen. Het is belangrijk dat inclusie niet alleen als individuele verantwoordelijkheid wordt gezien, maar als gedeelde opdracht binnen een kinderopvang [1].
Inclusie in de praktijk: drie niveaus van handelen
Taalgebruik en communicatie
Inclusief werken begint bij communicatie. In de praktijk worden vaak vragen gesteld vanuit een impliciete norm, bijvoorbeeld over vakanties of gezinssituaties. Van Hoppenbrouwers schreef in haar blog dat dit kinderen onbedoeld kan uitsluiten [4].
| Tijdens het kringgesprek vraagt meester Youssef: ‘Wie gaat er in de zomer op vakantie?’ Een paar kinderen steken enthousiast hun hand op, maar andere kinderen blijven stil, waaronder Jayden, die weet dat zijn gezin niet op vakantie gaat. Meester Youssef merkt dit op en reflecteert op zijn vraag. Hij stelt vervolgens een nieuwe vraag: ‘Wat vinden jullie leuk om te doen als je vrij bent of als je thuis bent?’ Nu komen er veel verschillende reacties: spelen in de speeltuin, logeren bij oma, een dagje naar het strand, thuis spelletjes doen. |
Door een vraag open en nieuwsgierig te stellen, zonder voor kinderen in te vullen, ontstaat ruimte voor verschillende ervaringen. Door bewust stil te staan bij je eigen reacties en houding, kun je bijdragen aan een omgeving waarin verschillen normaal zijn en positief worden benaderd. Kleine aanpassingen in taalgebruik kunnen bijdragen aan een groter gevoel van erkenning bij kinderen [2].
De omgeving
Ook de fysieke en pedagogische omgeving is van invloed. Wat kinderen zien in boeken, spelmateriaal en afbeeldingen bepaalt of zij zichzelf herkennen in de groep en of zij zich kunnen identificeren met wat er om hen heen gebeurt.
Wanneer bepaalde achtergronden, gezinsvormen of huidskleuren ontbreken in de omgeving, kan dit kinderen het gevoel geven dat ze er niet bij horen [5]. Inclusie vraagt dus om bewuste keuzes in materialen en inrichting.
Interactie
Inclusie wordt vooral zichtbaar in de interactie tussen kinderen. Jonge kinderen benoemen verschillen directer. Dit hoort bij hun ontwikkeling, maar vraagt begeleiding van volwassenen. Onderzoek laat zien dat contact tussen kinderen met verschillende achtergronden, wanneer dit wordt begeleid, bijdraagt aan het verminderen van vooroordelen [3]. Het is daarom belangrijk dat pedagogisch professionals situaties van uitsluiting herkennen en bespreken, en kinderen helpen om verschillen te begrijpen.
Samenwerking met ouders
Inclusie stopt niet bij de groep of op school. Het vraagt om samenwerking en verbinding tussen de verschillende leefwerelden van het kind [1]. Ouders of verzorgers spelen hier een belangrijke rol in en brengen hun eigen waarden, normen en ervaringen mee. Deze verschillen kunnen verrijkend zijn, maar vragen ook om afstemming. Je leest hier meer over in onze eerdere blog: Samenwerken met alle ouders. Een open en respectvolle samenwerking met ouders draagt bij aan wederzijds vertrouwen. Wanneer ouders zich welkom voelen, kan dit een positief effect hebben op het welbevinden en de ontwikkeling van het kind [6].
Concrete tips voor een inclusieve omgeving
- Reflectievragen voor de praktijk
Inclusie begint bij bewustwording. Reflectievragen kunnen helpen om het eigen handelen onder de loep te nemen:
- Welke kinderen herken ik terug in mijn taalgebruik en materialen en welke niet?
- Welke aannames maak ik over kinderen en ouders?
- Hoe reageer ik wanneer kinderen verschillen benoemen of elkaar uitsluiten?
- Wat leren kinderen van mijn gedrag en reacties?
- Aanbod
Zorg voor een divers aanbod aan boeken en geef meertaligheid een plek. Het is belangrijk dat er in de leeshoek voor alle kinderen boekjes zijn in hun moedertaal, zodat ieder kind zich kan herkennen. Tip: op rosestories.nl vind je een divers aanbod aan boekjes.
Kijk daarnaast kritisch naar de inrichting van de ruimte, de liedjes en de activiteiten die je aanbiedt. Is de ruimte voor ieder kind goed toegankelijk? Denk bijvoorbeeld aan kinderen in een rolstoel of snel overprikkelde kinderen. Ook in het speelmateriaal kun je verschil maken: zorg voor potloden in verschillende tinten huidskleur en huidkleurige pleisters. Zorg ook voor poppen of knuffels met verschillende huidskleuren en uiterlijke kenmerken, zodat diversiteit zichtbaar en normaal is.
Houd tot slot tijdens het eten en drinken rekening met culturele of religieuze gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan kinderen die thuis met hun handen eten. Zorg voor variatie in eten en drinken en houd rekening met allergieën, intoleranties en diëten [5].
- Verbinding met ouders:
Verbinding zit soms in kleine dingen. De manier waarop je contact maakt en vragen stelt, maakt hierin veel verschil. Reageer bijvoorbeeld niet met ‘wat een moeilijke naam’ of ‘waar kom je vandaan’, maar vraag naar de betekenis van de naam van het kind. Die is met zorg uitgekozen door de ouders. Let goed op de uitspraak en spelling en zorg dat je de naam altijd goed schrijft. Vraag daarnaast welke wensen en dromen ouders hebben voor hun kind, of welke talenten en kwaliteiten het kind bezit. Ook kun je vragen welke gebruiken uit het thuisland ouders meenemen, zoals feestdagen waar je aandacht aan kunt besteden. Tip: kijk eens op weetwatjeviert.nl [5].
Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol. Door informatie aan te bieden in verschillende talen, maak je deze toegankelijk voor alle ouders. Ook kun je ouderavonden organiseren waarin verbinden centraal staat, in plaats van alleen informeren [1].
Bronnen:
[1] Brancheorganisatie Maatschappelijke Kinderopvang. (2024). Handreiking diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie in de kinderopvang. https://www.maatschappelijkekinderopvang.nl/wp-content/uploads/2024/04/HANDRE1.pdf [2] Expertisecentrum Kinderopvang. (z.d.). Diversiteit en inclusie. https://expertisecentrumkinderopvang.nl/onderwerpen/diversiteit-en-inclusie [3] Keles, S., Munthe, E., & Ruud, E. (2024). Social inclusion of immigrant and minority preschool children: A systematic review. International Journal of Inclusive Education, 28(6), 924–939. [4] Hoppenbrouwers, A. (2019). Heb je een leuke vakantie gehad, thuis? https://earlyyearsblog.nl/2019/08/30/heb-je-een-leuke-vakantie-gehad-thuis/ [5] KinderopvangTotaal. (z.d.). Tips: zo werk je cultuursensitief in de kinderopvang. https://www.kinderopvangtotaal.nl/tips-zo-werk-je-cultuursensitief-in-de-kinderopvang/ [6] Van der Panne, E. en Bourgonje, P. (2026). Samenwerken met alle ouders. https://earlyyearsblog.nl/2026/01/09/samenwerken-met-alle-ouders